Onderscheid
Je zou er grootheidswaan van krijgen.
Lees het complete TIME artikel HIER
GEWOON ANDERS
Geplaatst door Erick Overveen op 3:35 PM 2 reacties
Labels: opinie
'Make our children want to know, arouse their curiousity.
ok

Geplaatst door Erick Overveen op 6:53 PM 2 reacties
Labels: Quotations

Geplaatst door Erick Overveen op 2:42 AM 4 reacties
Er staat druk op de ketel. Die verdomde tweede roman moet af. Tik - tak - tik - tak. Waar anderen om de 18 dagen een nieuwe creatie afleveren, zou mijn leven voorbij kunnen gaan voordat ik ook maar aan het laatste hoofdstuk toekom. Reden? Teveel afleiding.
Vanmiddag plopte er een mail in mijn inbox van een Engelse deejay. Hij had een stuk of veertig bladzijdes van 'Maansverduistering' laten vertalen (voor de lol) door zijn in Nederland studerende halfzus. Net als ik hekelde hij de onttakeling van de menselijke, creatieve radio, en vroeg zich af hoe autobiografisch mijn ervaringen uit het boek waren. ik onthulde dat ik alle kleine individuele minachtinkjes tijdens mijn tijd bij Veronica FM inderdaad een plek in mijn roman heb gegeven. Alleen een technocraat houdt het daar uit. Zelf had hij na vier arbeidsintensieve jaren de BBC achter zich gelaten. En hij rouwde daar niet om, kan ik je melden.
We spraken over de privatisering van de wereld. Niet alleen mbt radio. maar over het onontkoombare feit dat de 'Talpanisering' op alle vlakken van het maatschappelijk spectrum heeft toegeslagen. Het bedrijfsleven, weekbladen, de showbizznizz, de filmwereld. Hoevaak zie je nog een goeie film? Hollywood is een pretpark waar alles economisch uitberedeneerd wordt. De personages zijn plat, eendimensionaal, de stijl waardeloos, de spanning vlak. Je voelt domweg dat het in elkaar is gestoken op basis van formats en (on)doordachte economische psychologie. David Lynch meent zelfs dat alle nieuwe kunstvormen alleen nog een podium vinden op het world wide web. Een droevige constatering. Een tergende achteruitgang. Waarheen, waarvoor ? Slechts 1 gedachte biedt troost: zonder internet zouden we er waarschijnlijk nog erger aan toe zijn. Jung's synchroniciteit drong zich brutaal op. Amper tien minuten later kreeg ik een uitgenodiging voor een brainstormsessie met de oprichters van een nieuw internetstation.
Tik - tak. Weer geen woord opgeschoten.
Geplaatst door Erick Overveen op 2:18 AM 4 reacties
Amsterdam is het mooist in de herfst. Als de felgekleurde bladeren om je heen stuiven als confetti, en de hartslag van regendruppels tegen je brilglazen tikt. Dan is de stad een lichtbundel van boven tot beneden en toch is daar die duisternis, dat half schemer dat mensen, straten, en winkels op lijkt te zuigen en alle kleuren verjaagt. Wat over blijft is die donkere, sombere December - stad. Een wandeling over de Zeedijk geeft me het gevoel dat ik in zevenmijlslaarzen door de tijd loop. Ergens tussen deze nevels bevinden zich de kroegen waar ik met mijn collega dj's van Octaaf ruzies wegzoop en lelijke vrouwen versierde. In de verte lonkt het koude studentenkamertje waar ik na de dood van mijn vader ging wonen, vlakbij de wallen, tussen de rode, groene en blauwe sneeuw. Uit de kroegen eromheen schalde accordeon muziek, de prachtige musette. Flarden van schlagers en nerveuze barpraat vervlogen in de kou en er werd gezongen alsof het leven nooit ophield: "We benne op de wereld om mekaar, om mekaar, om mekaar, te hellepuh niet waar?"
Geplaatst door Erick Overveen op 1:55 AM 5 reacties
Een collega - journalist heeft een huis gekocht. Middenin de polder. 'Het is of ik in een Vermeer woon, Erick; waterig zonnetje, eindeloze weilanden, kerktorens aan de horizon, het kan niet op!'
Denk aan Cassandra: Apollo begiftigde haar met de zienergave, maar omdat zij zijn oneerbare voorstellen negeerde, strafte hij haar door ervoor te zorgen dat niemand haar geloofde. Daarna verloor zij haar verstand. Een afschuwelijke sanctie. Ontkom daar als visionair maar eens aan. Volgens een recent onderzoek zegt 43 % van de Amerikanen de bijna - president met zijn gezellig waarschuwingsfilm niet serieus te nemen. Ondertussen breekt herfst 2006 breekt alle records. De huizenprijzen ook.
Geplaatst door Erick Overveen op 9:38 PM 4 reacties
Sanneke van Hassel (1971) debuteerde vorig jaar met de schitterende verhalenbundel IJsregen. Niet nóg een debuut over navelstarend volwassen worden, maar een bundel ijskoude verhalen. Van Hassel schrijft zonder opsmuk; haar personages zijn moeder, werkster of kneden deeg, haar zinnen zijn kort en krachtig. Het korte verhaal is een genre dat het moeilijk te verduren heeft, maar de schrijfster denkt er niet aan om een roman te schrijven. Ik stel u graag voor aan Sanneke van Hassel.
Door Ernest van der Kwast, Ezra Cohen & Erick Overveen.
In 2000 debuteerde je met een kort verhaal in literair tijdschrift Tirade. Hoe kwam je ertoe om een verhaal te schrijven? Had schrijven altijd al je interesse? Schreef je als kind hele schriften vol?
Ik durfde als klein kind niet met mijn ogen dicht in slaap te vallen en lag met wijdopen ogen verhalen te verzinnen tot ik vanzelf in slaap viel. Op de lagere school won ik een schoolkrantenwedstrijd met een helaas verloren gegaan verhaal. Ik weet nog dat het spannend was en dat er een zin in voor kwam waar ik als tienjarige erg trots op was: 'Met de snelheid van Speedy Gonzalez rende zij de trap af.' Op de middelbare school verzamelde ik zinnetjes, gedichten of Latijnse spreekwoorden maar ik ben nooit een dagboekenschrijver geweest die moeiteloos pagina's volkalkt. Ik las veel maar niet met de gedrevenheid en de gerichtheid die ik van collega-schrijvers ken, die bijvoorbeeld op hun zestiende al alles van Nabokov hadden gelezen. Tijdens mij studie had ik schrijfclubjes met vriendinnen, ging naar de Schrijversvakschool om een cursus te doen, besloot de vierjaars opleiding te gaan doen, verkende verschillende genres en hun mogelijkheden en ontdekte Het Korte Verhaal. Ongemerkt werd schrijven steeds belangrijker in mijn leven. De Schrijversvakschool, die ik niet voltooide, was behalve door de verschillende invalshoeken en het commentaar dat ik kreeg, belangrijk omdat ik een structuur vond, het schrijven kreeg een plek in mijn dagelijks leven, in plaats van dat het erbij hing. Het voornaamst was dat ik me er steeds meer bewust van werd dat het de enige activiteit is waar ik echt voldoening van krijg. Ook al is het prut wat ik heb gemaakt, toch ben ik als ik heb geschreven vaak rustig en gefocust, en dat heb ik verder met bijna geen enkele activiteit.
In 2005 verschijnt dan je debuut, de verhalenbundel IJsregen. Heb je vier jaar achtereen zitten werken aan je boek of heb je eigenlijk niet aan een boek geschreven, maar steeds aan een afzonderlijk verhaal, en was er ineens een boek?
Het is allemaal heel organisch gegaan. Ongeveer een derde van de verhalen kwam tot stand in de tijd dat ik op de Schrijversvakschool (vanaf '99) zat. Ik stuurde af en toe iets naar een tijdschrift, vaak aangemoedigd door docenten. Zelf hield ik veel af, ook als er soms na publicatie van een verhaal uitgevers belden. Ik had het idee dat ik eerst een hele grote la vol ongepubliceerd werk moest hebben, en moest weten waar ik nou eigenlijk mee bezig was. Wat mijn onderzoek was wat vorm en inhoud betreft, om het deftig te zeggen. Uiteindelijk maakte ik toch maar een afspraakje met Victor Schiferli, mijn redacteur bij De Bezige Bij. Een jaar later hadden we nog eens contact. Hij zei dat De Bij voorzichtig was met debuten, dat ze een reputatie van het Rosa Spierhuis (fameus bejaardenthuis voor kunstenaars) aan het opbouwen waren. Inmiddels is dat met veel nieuwe aanwas overigens niet meer zo. Ik zelf twijfelde vooral over de omvang van de uitgeverij, ik ben heel erg van de kleine organisaties en het zelf doen. Maar ik kon me wel vinden in hun fonds, vooral in de dichters, en vond het prettig dat Victor ook poëzieredacteur is en dus op de details let. In de zomer, ik geloof nadat de directeur zich enthousiast had betoond, ging het snel. Ik heb toen nog twee verhalen erbij geschreven, een paar terzijde gelegd en de meeste nog eens kritisch herzien. Uit een verhaal dat al gepubliceerd was heb ik bijvoorbeeld nog een derde weggesneden.
Werd je niet gepusht een roman te schrijven? (Ook niet een klein beetje?)
Bij mijn eerste gesprekken met De Bezige Bij is hier wel naar geïnformeerd. Maar vooral de ambities om het niet bij één boek te houden werden getoetst. Nooit is mij door hen expliciet gevraagd om een roman, maar mijn redacteur wees me er onlangs wel op dat ik dan veel meer zou verkopen. IJsregen doet het goed voor een verhalenbundel maar het genre is minder populair dan de roman. Bijna iedereen die ik spreek pusht me dan ook verder in die richting te gaan, maar ik zie het er voorlopig niet van komen. De ideeën die ik heb zijn allemaal voor korte verhalen. Ik zet me op dit moment liever in voor het verder ontdekken van het korte verhaal en de bevordering van de verspreiding van dit genre! Ik vind het mooi dat goede korte verhalen iets geheimzinnigs hebben en een groot beroep op de verbeelding doen. Joost Zwagerman schrijft dat het net als een popliedje in je hoofd blijft hangen, en vaak begrijp je niet goed waarom. Die impact wil ik maken en dan het liefst met zo weinig mogelijk.
IJSREGEN is lovend ontvangen door de literaire kritiek. Arjan Peters noemde je boek - net na verschijnen - zelfs 'het beste boek van dit voorjaar'. Begin dit jaar ben je genomineerd voor de Vrouw & Kultuur Debuutprijs. Hoe belangrijk zijn recensies voor jou? En een eventuele literaire prijs?
Ik had niet verwacht dat ik zou worden genomineerd, het is bijzonder dat mensen/critici blijkbaar iets herkennen in hoe ik de dingen zie en weergeef. Dat is echt een wonder dat ik nooit helemaal zal begrijpen. De positieve onthaal is een steun in de rug om door te gaan met schrijven. Tegelijk vind ik het soms jammer dat ik nu meer de druk van de verwachting voel en de zolderkamer anonimiteit er niet meer is. Ik probeer mezelf te trainen ook niet teveel van de kritiek aan te trekken. De mening van iemand die me langer volgt, zoals mijn meelezer en mentor, de schrijver Thomas Verbogt is uiteindelijk het belangrijkst.
Op de website van de Letteren Spreken staat een lijst van debuten gepubliceerd die meedingen naar de DebutantenPrijs. Het zijn er op dit moment 45, maar de inzendingtermijn loopt nog tot en met 31 maart. Ga je alle boeken lezen? Genuanceerder: voel je je verbonden met andere debutanten?
Afgelopen jaar vond ik het het leukst om debuterende generatiegenoten te spreken, over het wel en wee van zo'n eerste boek. Vaak enorm banale gesprekken over semi-literaire zaken en dan ineens heb je het toch over het hart van je werk. Een tijdje las ik veel debuten, maar deze week bedacht ik me dat ik zin heb om me weer meer op de klassieken te richten, daar kun je uiteindelijk toch het meest van leren, vermoed ik.
Je hebt onlangs besloten fulltime schrijver te worden. Was dat een moeilijke keuze?
Half april word ik eindelijk schrijver... (tot nu toe zeg ik 'ik schrijf'). Ik verheug me erop om elke dag aan iets door te kunnen schrijven, maar ik zie er ook tegenop om de hele dag met mezelf in een ruimte te zitten. Ik ben onrustig en houd van variatie. Ik zal het toneelgezelschap 't Barre Land (waar ik nu werk en me veel met organisatorische en publicitaire kwesties bezighoud) erg missen. Ik zou er het liefst 's ochtends een kop koffie drinken en even kletsen. Ik ben een voorzichtig mens, ik wil het vooral doen, schrijven, er niet teveel over nadenken dat of waarom ik het doe. Ik wil mezelf de kans geven erachter te komen waar het dagelijks schrijven toe leidt zonder al teveel vooropgezette ideeën. Ik heb twee zomers vijf weken geschreven en dat beviel heel goed, maar toen zat ik in een hotelletje in Frankrijk en was het leven heel eenvoudig.
Kun je ons inwijden in jouw schrijversleven? Hoe ziet een werkdag eruit? Treedt je ook veel op? Schrijf je reclameteksten voor Vodafone?
Mijn schrijversleven is nu beperkt tot de woensdag. Ik werk vooral 's ochtends, dan ben ik het meest helder. Ik ben geen nachtbraker en ik vermoed dat het schrijven vanaf april een negen tot vijf baan word met 's avonds nog een uurtje nakijkwerk of een beetje mijmeren. Ik vind het fijn om anderhalf uur te schrijven dan een pond sperziebonen schoon te maken, even te wandelen en dan weer verder te schrijven. 's Middags doe ik vooral research en herschrijfwerk. Geen bezeten opsluiten maar tot nu toe meer de kruidje roer me niet-methode dus. Ik train mezelf om overal te kunnen schrijven; ook in cafés, logeerkamers, of in de Rotterdamse bibliotheek. Tot nu toe krijg ik af en toe een opdracht voor een kort verhaal of een monoloog, zoals onlangs voor het Rotterdams Centrum voor Theater. En gisteren belde collega schrijver Laurens Abbink Spaink of ik met hem 50 biografieën en werkbeschrijvingen van beeldend kunstenaars wil doen. Dat is mijn eerste non-fictie opdracht.
Identificeer je je met andere schrijvers? Inspireren zij je ook?
Ik lees graag over de levens van o.a. Colette, Marguerite Duras, Beckett, Tsjechov, Coetzee -schrijvers die ik bewonder maar het gaat niet zover als identificatie. Ik heb nooit idolen gehad in mijn leven. Verder lees ik veel korte verhalen, van Uphoff, Campert en Bernlef en Amerikanen als Carver, Kevin Canty of John Cheever.
Wat is jouw bijbel?
Alles van Charlotte Mutsaers en in het bijzonder haar De markiezin, een klein boek met samenhangende prozaminiaturen. Niet dat ik het er elke dag op na sla maar het doet me goed te weten dat er zo'n vindingrijk, taalbewust, vrolijk, diepzinnig, schijnbaar eenvoudig boek bestaat. Zij weet als geen ander dat schrijven gaat over het volgen van je eigen fascinaties, over hoe je die op onnavolgbare wijze met elkaar weet te verbinden.
website De Letteren Spreken
website uitgeverij de Bezige Bij
Dit interview werd eerder, in ingekorte vorm gepubliceerd op www.literatuur.web-log.nl
VERHALENBUNDELS
IJREGENS
WITTE VEDER (VERSCHIJNT IN 2007)
Geplaatst door Erick Overveen op 1:33 AM 4 reacties
Labels: Interviews
Vandaag vergelijkt Marco Pastors de Islamisering van Nederland met de Duitse bezetting. Volgens Paul Witteman gaat die vergelijking mank. Maar als je de Sharia onder de loep neemt, komt alles daarin samen: antisemitisme, vernedering, onderdrukking, mishandeling, machtsmisbruik en tunnelvisie. Kortom; zo mank gaat die metafoor niet. Pechtold, die vorige week Amadeus Wilders met (ah een oude bekende) Jan Maat vergeleek vanwege diens Tsunami - retoriek, zal wel weer stijgeren. Als ik Pastors was, zou ik Pechtold op zijn beurt bijvoorbeeld linken met de direkteur van de White Star Line-rederij, die beweerde dat zijn RMS Titanic onzinkbaar was, of de katholieken die Columbus afraadden de wereldzeeën te trotseren. Onweerlegbaar? Dat niet. Kwestie van tijd, slechts.
Afgelopen donderdagmiddag schoof ik aan in het culturele programma van uitgever/schrijver Guus Bauer op Amsterdam FM om te praten over de dode Theo. Naast me nam 'Esther' plaats, directeur van Uitgeverij Xtra, die o.a. boeken van van Gogh en de omstreden, anti-Islam cartoonist Gregorius Nekschot uitgeeft. Het was schrijnend om te zien hoe Esther om de zoveel tijd benadrukte dat zij - wat betreft Nekschot's identiteit - in het duister tastte, zodat haar in het geval van een 'incident' niets aangerekend kan worden. Nog schrijnender: boekhandels en bibliotheken blijken boeken van de provocerende pubicisten te weigeren. 'Ondergronds uitgeven', in dit geval via het www, is voor ons de enige oplossing,' legde 'Esther' ons uit. Een demon in mij roerde zich.
Het pandemonium is los. De politiek ligt in de uitverkoop. Nederland smeult Een handjevol intelligentia sluipt naar de uitgang, terwijl het koor van linkse gekwetsten een gezellige aria kweelt.
Geplaatst door Erick Overveen op 12:42 AM 10 reacties
Eergisteren verscheen er een mail in mijn Outlook van een collega-schrijver. Hij ergerde zich eraan dat ik 'zonodig' een roman over de gestopte roker moet schrijven. Woorden als "effectbejag" en "populisme" schroomde hij niet, en hij wenste me toe dat alle uitgevers mijn werk zouden weigeren. Ik vroeg hem waardoor hij zo in woede ontstak als het om mijn roman gaat. Antwoord: 'Die kapotgesneden idioot zou net zo passee zijn als het multi - culti vraagstuk. Mediahype! Allemaal! Man, wat kunnen jou die moslims schelen!?' Als je er zo over denkt? Waarom zou je iemand dan nog van effectbejag beschuldigen, vraag ik me dan af.
Dit toont de crisis van ons denken. Boekenhandelaren, uitgevers, collega schrijvers, Jan met de pet op; niemand durft meer kritiek te uiten. Allemaal bang om buiten de boot te vallen of als 'querulant' op de zwarte lijsten te belanden. Hebben schrijvers gezamelijk iets ondernomen ? Hebben musea iets georganiseerd ? De filmmakers ? Ik vrees van niet. Enkele, schamele uitzonderingen daargelaten. In zijn Parool column vroeg schrijver Theodor Holman zich wanhopig af: 'Waar zijn de kunstenaars wier kunstbroeder is vermoord?' Nou, niet hier, hier in Nederland, stel je voor hey, Bin Laden verstoort je boekpresentatie. Je moet er niet aan denken.
Literair recensent Literatuuraire stelde gisteren onomslagen vast dat we in de donkerste intellectuele periode zijn aanbeland sinds de Verlichting. "Er is zelfs geen ' verzetsgroep ' voor het behoud van de vrijheid van meningsuiting' actief incluis sabotage en aanslagen. Geweld dien je af te keuren, maar wat als je zelf bedreigd wordt ? Juist de insitituties waarvan je een ballende vuist verwacht, zakken als chocoladetaarten in elkaar. Kranten, boekhandels, linkse politieke partijen, dubieuze redacteuren van onttakelde tijdschriften: verraders!
Vandaag is 'het' precies twee jaar geleden. Maar er is meer aandacht voor een vaccin tegen baarmoederhalskanker en de tournee van Jantje Shit dan voor de aanslag op de kunst. Imam Eisha Bersham van de Eindhovense Al Fourkaan-moskee mag bijvoorbeeld toch in Nederland verblijven, al draagt hij de radicale islam uit en classificeert de AIVD hem als staatsgevaarlijk. Wat zou het fantastisch zijn geweest als hij, juist op een dag als deze, onder begeleiding van een groot mediacircus inclusief fanfare en blaasmuziek naar het vliegveld zou zijn begeleid? Maar nee. Too much to ask for, vrees ik. We zullen ons moeten troosten met Talpa-nonsense (de siliconen van Viola Holt) en socialistisch geouwehoer.
Nederland, groot in luwte en schuwte !
Geplaatst door Erick Overveen op 1:43 PM 18 reacties
Volgens de wet van Bukowski moet een schrijver zijn zondvloed met open armen ontvangen. En ook Neil Young pleitte in "Hey hey, my, my." Dat rock' n roll de artiest de Olympusberg moet opjagen. Dat lijkt misschien romantisch. Praktisch is het echter allerminst. Voor de zekerheid heb ik een zogenaamde leeuwslang aangeschaft. Daar stuitte ik op tijdens een vluchtig bezoek aan de Luikse markt. Dat pak je toch maar mooi mee voor E 90,00. De leeuwslang is een oud Egyptisch en gnostisch symbool van bescherming tegen het kwaad. Want het is alsof ik dezer dagen de tien plagen van Egypte over me heen krijg. Out of the blue, into the black. Hier kom ik in een later stadium op terug. In elk geval is voorkomen beter dan genezen, vandaar die slang. Zeker met het oog op de tweede 'verjaardag' van de moord op Theo "it's better to burn out, then to fade away" van Gogh. Dan stap je toch iets zenuwachtiger in de intercity Amsterdam CS.
Wonder boven wonder willen onze minsiters, de zinnebeelden der onverschilligheid, opeens gaan uitzoeken waarom de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) de moordenaar van Theo van Gogh, Mohammed Bouyeri, lang beschouwde als meeloper binnen de Hofstadgroep. Een motie van PvdA-kamerlid Bert Koenders die om een snel onderzoek vraagt, krijgt onverwacht steun van een meerderheid van de Tweede Kamer. De motie leek het niet te halen, maar regeringspartij VVD besloot toch voor te stemmen. Het is dat ik mijn geloof in de samenleving allang verloren heb, anders zou je nog gaan stemmen ook. Waarom zag de AIVD Bouyeri als randfiguur? Had de moord voorkomen kunnen worden? Waarom laten mijn collega schrijvers zich nauwelijks horen? Vragen, vragen, vragen. De ziekte van Socrates. Voor van Gogh geldt in elk geval: "the king is gone but he's not forgotten" De koning van de vrijheid wel te verstaan.
In elk geval heb zelfs ik mijn eerste dreigmail binnen. Nu koester ik heus niet de ilussie dat ik belangrijk genoeg ben om vermoord te worden, maar op het gevaar af dat die leeuwslang me toch in de steek laat en ik toch in de verkeerde trein stap of de verkeerde baardman tegenkom, heb ik het typoscript van "ONDERGANGSGELOVIGEN" veilig vastgelegd voor het nageslacht.
Erick Overveen
Geplaatst door Erick Overveen op 1:44 AM 5 reacties

'n visie op onze moderne wereld
Zij die gebukt gaan onder de groeiende waanzin der 'mensheid'..
De witte maatschappij
Op zoek naar het groene boekje stuitte ik vorige week op het witte boekje. Dit alternatieve boekje der Nederlandse spelling vind ik nou het perfecte voorbeeld van waar het heen gaat als je het bestuur van onze poldergronden over laat aan vervreemde bureaucraten en technocraten. Het instituut 'groene boek' denkt tegenwoordig groot-aandeelhouder te zijn van de Nederlandse taal. Ondanks alle tumult die er rondom deze gekleurde spelling is geweest wordt er toch een groen exemplaar uitgebracht waar veel (groot)gebruikers van de Nederlandse taal moeite mee hebben. De toevoeging van veel nieuwe woorden en het schrappen van rare regels ten spijt, is het schijnbaar niet gelukt om de eenheid te handhaven. Er is niet geluisterd naar het oorverdovende geluid uit de praktijk van alle dag. Taal wordt in het 'groene' benaderd als een statische exacte wetenschap, een product van een industrieel proces. Het witte alternatief is dan de prijs die men betaalt voor deze domme arrogantie.
Onschuldig? Ja en nee.
Tuurlijk, het gaat enkel om de spelling van een taal. Het witte boekje is slechts een ongewapende opstand tegen de abstractie van zijn groene broer. Maar het is wel een concrete stap die genomen is tegen de algemene standaard. De Nederlandse Taalunie heeft haar gezag voor altijd verloren en daarmee is de Nederlandse taal overgeleverd aan witte, blauwe en gele taalpiraten. Piraten uit de praktijk van alle dag. De statische en onbegrepen eenheidsworst maakt plaats voor de dynamische gekleurde variatie der levende taal. Na de erkenning van veel dialecten als officiële streektaal en de recente uitschakeling van de groene standaard, staat de aangeslagen Algemene Nederlandse taal voor lastige tijden.
Het wordt nog minder onschuldig als men dit ziet als een reaktie op de grote plundering die gaande is in ons land. Na de uitverkoop van moeder de staat afgelopen 20 jaar, worden steeds meer onderdelen van onze beschaving onbereikbaar. Taal, gezondheid, geluk, privacy, werk, scholing, veiligheid, energie worden steeds ontoegankelijker. Slechts een kleine elite heeft nog toegang tot deze 'publieke' bronnen van beschaving. Wij beseffen helaas niet hoever we inmiddels afstaan van een eerlijke maatschappij voor allen.
Het vastlopen van de Algemene Nederlandse taal is slechts een verschijnsel. Een symptoom van de voortwoekerende dodelijke ziekte van het private alleenrecht. De meedogenloze dans van het private kapitaal dat uiteindelijk zal leiden tot de ondergang van de menselijke wereld.
Het is daarom dat ik wacht op de interventie van de 'witte maatschappij'..
Bent u er klaar voor?
____________________________
Een bijdrage aan Erick's log door Roland.
Geplaatst door Erick Overveen op 3:56 PM 4 reacties
Labels: Politiek

'n visie op onze moderne wereld
Zij die gebukt gaan onder de groeiende waanzin der 'mensheid'..
(dat wil dus zeggen dat een probleemloze leerling op z'n donder krijgt omdat ie zich niet aanpast aan de groep.. )
Stof tot nadenken?Geplaatst door Erick Overveen op 8:40 AM 4 reacties
Labels: Nieuws
Geplaatst door Erick Overveen op 6:47 PM 5 reacties
Dinsdag 2 november 2004
18:18: De schemering valt in, de lucht breekt. Overal om me heen springen lampen aan, maar er heerst een andere donkerte dan normaal, een soort middeleeuwse duisternis. In de tram zit iedereen angstig stil, knie aan knie, de krant te lezen. "Kerry loopt in op Bush" kopt het AD. Ik stap uit bij het Waterlooplein en struikel over het afstapje, zo de rusteloze wereld in. Omgeven door een waas van ongeloof zwerf ik langs het Tropenmuseum, voorbij café Eden, om vervolgens dwars door het Oosterpark te trekken waar een voelbare spanning rondwaart. De wateren liggen treurig in de zakkende najaarszon. In de verte rijst de Rembrandtoren op uit een aanzwellende mist, alsof hij zich verbergt, zich schaamt voor zijn stad. De dood loert overal; de Linneusstraat zelf is in een verwilderde achtertuin verandert waar je desondanks de weg nog kent. In de verte zie ik de de etalage van het nieuwe barbarisme; de akelige blauwe tent. Onmogelijk te missen. Terwijl ik tussen rouwende medelanders dool, dwalen mijn gedachten af naar XXXXX, naar dat hartstochtelijk intellectuele leven dat ik nooit gekend heb. Zij was degene die mij definieerde. In die zin was haar vertrek het verlies van die definitie, een soort identiteitscrisis. Man, min hoofd is opnieuw een jungle van emoties vanavond.
18:22 Niets lijkt aan Amsterdam verandert te zijn, en toch bestaat alles op een andere manier vanavond. Op de display van mijn herinnering staat 'Green Temborine' van The Lemon Heads ingeprogrammeerd. In geestesoog fietst van Gogh gewoon voorbij. Zijn T-shirt wappert nonchalant uit zijn broek. Hij draait zich om om naar Ischa Meyer te zwaaien, die net op het punt staat om café Zwart binnen te gaan. Binnen blaast Pim Fortuyn de rook van zijn sigaar plagerig in het gezicht van Willem Oltmans. De kale dandy lacht in volle glorie. Altijd uit op de macht van het gelijk. De lucht is vervuild van gelach en kritiek.
19:33: Ik zit in de Ponteneur, in Oost waar iedereen door elkaar heen schreeuwt. Vooral aan de bar wordt er driftig gedebatteerd. Twee mannen vliegen elkaar in de haren. Een gezette man trekt ze uit elkaar. Allemaal bange mensen die hun angst niet durven te tonen. Achterin het café begint een serveerster me aanhankelijk te bejegenen. Ik bestel een rum Coke, en probeer me af te sluiten van de werkelijkheid door in een roman van Belcampo te duiken. Maar het geroezemoes van rinkelende kopjes, drukke Amsterdammers en televisieberichten leidt teveel af. Bij elk nieuw bericht stroomt de wereld opnieuw naar binnen. Op RTL 5 vertelt een getuige over de slachtpartij, vertelt hakkelend dat de barbaar van Gogh heeft bekeken als een roofdier dat zijn prooi beloert en toen pas aanviel. Van Gogh werd gekeeld als een varken in een abattoir. Op klaarlichte dag! Zonder dat iemand ingreep. Als de interviewer hem vraagt waarom hij passief heeft toegekeken, blijft het pijnlijk stil. Het antwoord is echter zonneklaar: Nederland heeft domweg zijn ware gezicht getoond; een bang, schijterig smoelwerk waar de hypocrisie vanaf druipt; zoals in WOII, zoals in Scebrenica; zoals altijd. Recht tegenover me zit een Marokkaan die zich beklaagt omdat hij al drie keer in zijn leven een nieuwe taal heeft moeten leren. Zijn stem klinkt als een boormachine. Hij schreeuwt dat hij de stad de afgelopen jaren steeds donkerder en grimmiger heeft zien worden. Een oude vrouw aan een hoektafeltje huilt, haar tranen vallen in haar soep. Volgens de laatste berichten op tv stroomt de Dam langzaam vol woedende stadsgenoten, exotische protestanten van buitenaf en ME-ers. De volksoploop is blijkbaar groter dan verwacht en zelfs de verkiezingen in Amerika lijken vergeten te worden. Van Gogh mag dan wel dood zijn. Hij is wel in staat geweest om het zenuwcentrum van de media naar Amsterdam te verplaatsen. Elk gesprek lijkt bij hem uit te komen. "
Bovenstaand fragment is niet afkomstig uit mijn nieuwe roman, maar uit mijn persoonlijk, (vooralsnog) ongepubliceerde dagboek. Het is echter wel zo dat die inktzwarte tijd het decor van mijn nieuwe epos vormt. Via deze blog poog ik jullie op de hoogte te houden over de vorderingen daarvan.
copyright E.O.
Geplaatst door Erick Overveen op 10:17 PM 17 reacties

René Appel , geboren in 1945 te Noord Holland, is de onbetwiste meester van de psychologische Nederthriller. Hij won tweemaal de Gouden Strop: voor "De derde persoon" (1991) en "Zinloos geweld" (2001). Tevens ken je hem van de beroemde roman: "Doorgeschoten", een allegorie over de moord op Pim Fortuyn. Nu uitgeverij Prometheus zijn nieuwe romans "Loverboy" en "Los Geld" hebben gelanceerd, wordt het hoog tijd voor 'n gesprek.
Door Erick Overveen
Erick: In de jaren 70, toen je in je twintiger jaren was, heb je free lance journalistiek (Volkskrant) bedreven, en schreef je korte verhalen en gedichten in diverse bladen. Toch kwam je er nog niet aan toe om thrillers te schrijven. Je werd misdaadrecensent bij het NRC, waardoor er een tijd voorbij ging alvorens je aan je 1e boek "Handicap" toekwam. Waarom zat er zo'n groot gat tussen je 1e publicaties en je eerste, echte misdaadroman?
René Appel: Met die korte verhalen probeerde ik aanvankelijk verder te gaan. Ik had een bundel in gedachten. Er verschenen in die periode nogal wat bundels met verhalen in de realistische sfeer, zoals ik ze zelf ook probeerde te schrijven. Ik heb daar toen ook over gesproken met Bert Poll, hoofd van de kunstredactie van NRC Handelsblad, redacteur van Hollands Maandblad en redacteur van een reeks boeken bij Meulenhoff, met vooral verhalen uit Hollands maandblad, waarin ik ook had gepubliceerd. Maar volgens Poll was eenderde van de verhalen goed genoeg voor een boek, eenderde moest herschreven worden, en voor eenderde moesten er nieuwe verhalen komen. Achteraf denk ik dat hij gelijk had. Hoe het ook zij, het nam voor mij een beetje de motivatie weg. Bovendien had ik inmiddels een fulltime baan gekregen aan de Universiteit van Utrecht, waardoor ik minder tijd had om te schrijven, en werd in 1974 mijn dochter geboren, die ook veel aandacht en tijd opeiste. Door een toeval werd ik toen in 1976 misdaadrecensent van NRC Handelsblad, maar misschien ook een beetje omdat ik Bert Poll kende, en ook wat andere mensen bij die krant. Ik kende het genre nauwelijks, maar al recenserende kwam ik terecht bij boeken van met name Ruth Rendell en Patricia Highsmith. En nadat ik die boeken gelezen had, bedacht ik: ja, zoiets zou ik ook wel eens willen proberen. Inmiddels was ik gescheiden en woonde ik alleen met mijn dochter, terwijl ik een fulltime baan had, dus echt veel tijd om aan een (misdaad-)roman te beginnen had ik niet. Toen ik er wel aan begon, in 1984, had ik die tijd eigenlijk nog niet in overvloed, maar mijn persoonlijk leven was in een wat rustiger vaarwater terechtgekomen (nieuwe vriendin, met wie ik sinds 1981 samenwoonde). Dus toen ik in 1984, na mijnacademische promotie, een idee voor een verhaal kreeg, ben ik zelf weer fictie gaan schrijven. Aanvankelijk was dat een kort verhaal van ongeveer 30 bladzijden, en toen ik dat nog eens overlas, bedacht ik dat er een roman in zat. Dat is dus het in 1987 verschenen 'Handicap' geworden.
Erick: Van 1994 tot 2003 was jij bijzonder hoogleraar 'Verwerving en didactiek van het Nederlands als tweede taal' namens de Gemeente Amsterdam. Wat hield dat precies in?
René Appel: Dat hield vooral in: onderwijs geven (over tweedetaalverwerving, meertaligheid, positie van anderstaligen in Nederland, enz.), onderzoek doen, artikelen schrijven, meewerken aan een boek, begeleiden van andere onderzoekers, met name promovendi, en allerlei bestuurlijk werk. Zo was ik bijvoorbeeld jarenlang voorzitter van het bestuur van het aan de FGW verbonden Instituut voor Taalonderwijs en Taalonderzoek Anderstaligen, waar allerlei praktijkgericht onderzoek wordt gedaan, en materiaal wordt ontwikkeld voor het onderwijs Nederlands als tweede taal.
Erick: Waar komt die liefde voor misdaadromans eigenlijk vandaan ?
René Appel: Die liefde was er aanvankelijk zeker niet, en ik ben nog steeds niet een groot liefhebber van het genre in z'n totaliteit. Ik heb wel altijd van boeken gehouden waar een soort spanning in zit, dat je wilt weten hoe het verhaal verder gaat, wat er met de mensen gebeurt. En verrassingen, onverwachte wendingen in een verhaal spreken me ook aan. Beide elementen zie je meestal sterker in misdaadromans dan in literaire romans. Ik lees overigens meer literaire romans dan pure thrillers. Ik behoor overigens tot de waarschijnlijk steeds kleiner wordende groep mensen die de Da Vinci Code nog niet heeft gelezen. Zo'n mysterie met de oplossing aan het eind trekt me simpelweg niet aan. Ik houd niet zo van puzzels die worden opgelost. Een boek moet juist eerder een raadsel of een mysterie creëren. Dat vind ik interessanter. Kortom, ik ben zeker geen hard core misdaadliefhebber.
Erick: Zoals je weet neemt de censuur op literatuur sinds de moord op Theo van Gogh schrijnend toe. Winkeliers zijn bang om het boek van Wilders in de toonbank te zetten en Tomas Ross ligt onder vuur omdat hij een thriller schrijft over een aanslag op Ayaan Hirsi Ali. Zijn jouw collega schrijvers bang om hete issues als Islam e.d. te bekritiseren? zijn uitgevers bang? En zo niet, waar blijven dan die boeken over Theo van Gogh?
René Appel: In de eerste plaats is het zo dat in misdaadliteratuur meer maatschappelijke thema's verschijnen dan in 'gewone' literatuur. Daarin gaat het toch vaak om de worsteling en de zielenpijn van een individu in een betrekkelijk geïsoleerde omgeving. Dat geldt tenminste voor Nederland. In veel buitenlandse literatuur is dat anders. Om op een paar concrete vragen te antwoorden: uitgevers zouden het volgens mij juist fantastisch vinden als iemand ene boek schreef met als achtergrond problemen met islam en integratie. En de boeken over Theo van Gogh? Daarover valt geen boek te schrijven of je moet het fictionaliseren, dat wil zeggen er een Theo van Gogh-achtige figuur van maken, waarbij de dader ook niet meteen wordt gepakt. Het kan allemaal wel, en ik weet dat er zeker mensen bezig zijn met het thema, maar eerder in de thrillerscène dan in de andere literaire wereld. Of er een boek uit voorkomt, weet ik niet.
Erick: Daarover gesproken: eind 2002, begin 2003 had je een klein Fortuyn golfje. In het kader daarvan schreef jij de (naar mijn idee prachtige) thriller Doorgeschoten - Was het boek bedoeld als een allegorie? Je verving Fortuyn bv door Hordijk. Waarom ging je zo te werk? En wat inspireerde jou aan de moord op Fortuyn om tot dit boek te geraken?
René Appel: De inspiratie kwam simpelweg uit een idee dat me plotseling in mijn hoofd schoot, namelijk het volgende. Er werd toen gezegd 'De kogel kwam van links', maar stel dat de kogel eigenlijk van rechts kwam? Dat gaf een basis voor een thriller met een politiek complot, vanuit rechts krachten in de samenleving. Ik wilde nadrukkelijk niet een boek schrijven over Fortuyn zelf, maar een verhaal over een Fortuyn-achtig persoon, die rechtse krachten weet te mobiliseren, maar voor de echte conservatieven toch niet rechts genoeg is (en te onbetrouwbaar). Kortom, geen boek over Fortuyn, maar naar aanleiding van Fortuyn, en over de politieke situatie in Nederland aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Het boek was dus ook niet bedoeld als een soort allegorie, maar als een politieke thriller die uitloopt op een psychologische thriller. Dat is helaas niet door veel recensenten herkend.
Erick: Als jij aan zo'n thriller begint? Hoe ga je dan te werk? Zou je iets willen vertellen over je werkwijze? Steek jij bv vooraf veel tijd in research? En werk je je plot vooraf uit, of laat je je meeslepen?
René Appel: In het algemeen gaat het als volgt. Ik heb een idee over een probleem, een conflict, een kwestie of wat dan ook, waar mogelijk een verhaal in zit. Dat bespreek ik dan met mijn redacteur bij de uitgeverij om de mogelijkheden voor een boek op basis van zo'n 'probleem' nader in kaart te brengen. Als we denken dat er inderdaad een roman in zit, dan ga ik research doen, meestal naar achtergronden, beroep van personages, enz. In die periode denk ik ook verder na over het verhaal, maar over het algemeen weet ik nog maar weinig over de intrige voor ik begin te schrijven. Wel weet ik meestal dat ik ongeveer halverwege een heftige, vaak gewelddadige scène wil, zodat ik daar als het ware naar toe kan schrijven. Wat er precies in die scène gebeurt, weet ik echter ook nog niet. In die voorbereiding bedenk ik ook wat de belangrijkste personages zijn, vanuit welke personages ik het verhaal wil vertellen, enz. Heel belangrijk is ook het moment waar ik in het verhaal stap, met mijn eerste zinnen. Dat is ook iets wat ik vantevoren bedenk, meestal in de fase van de research. Hoe het verhaal zich verder ontwikkelt, ontdek ik zelf pas tijdens het schrijven. Het eind weet ik vaak op tweederde van het boek nog nooit. Daarom ben ik misschien ook twee keer vastgelopen in een verhaal, maar dat is op zestien boeken misschien niet eens zo veel.
Erick: Je laatste roman "LOVERBOY" is ook weer zo''n typische Appel thriller: waar kwam je idee over dat weggelopen meisje vandaan?
René Appel: Het basisidee was niet over dat weggelopen meisje, maar over een vrouw, zelfs thrillerschrijfster, die ontdekt dat haar echtgenoot ene minnares heeft. Vervolgens had ik bedacht dat de thrillerschrijfster met een boek bezig was, waarvan ook delen in het 'hoofdverhaal' moesten komen. Ja, en dan is het een kwestie van verder doordenken. De thrillerschrijfster moest een type boeken schrijven dat ik nogal cliché'-achtig vind, namelijk over een (vrouwelijke) privé-detective. Die moet een zaak oplossen, en tja, wat voor zaak? Ik weet niet meer hoe ik toen op het verschijnsel 'loverboys' kwam, misschien omdat ik er net iets over in de krant had gelezen, maar misschien ook omdat 'loverboy' toch te maken heeft met de liefde en de ontsporing daarvan, wat ook relevant was voor mijn hoofdverhaal.
Erick: Tot slot: Jean Paul Satre heeft eens gezegd dat een grote kunstenaar geen kinderen kan hebben, jij hebt er twee. Hoe denk jij over dit statement? Oftewel; hoort een misdaadschrijver zelf zijn avonturen te ondergaan voordat hij ze kan beschrijven?
René Appel: Eigenlijk zijn dit twee vragen, Erick. Om met het antwoord op de eerste te beginnen. Opvallend is dat veel 'grote' kunstenaars geen kinderen hebben of geen tijd besteden aan de dagelijkse zorg voor hun kinderen, wat overigens niet alleen een 'zorg' is, maar ook veel genot en plezier oplevert, is mijn persoonlijke ervaring. De algemene uitspraak van Sartre is echter onzin. Misschien vond Sartre voor zichzelf kinderen ongewenst, omdat hij immersserie minnaressen had. Die kostten hem veel te veel tijd! En misdaadschrijvers hoeven natuurlijk niet zelf hun avonturen te ondergaan. Ze zijn ook veel minder autobiografisch ingesteld dan veel literaire auteurs. Ik denk dat je twee soorten schrijvers hebt. Voor de eersten is het eigen leven vooral de bron die inspiratie levert voor verhalen, terwijl de anderen hun verhalen buiten zichzelf plaatsen. Ik behoor tot het tweede type schrijver. Wat een schrijver van mijn kaliber moet kunnen, en vooral in mijn genre van de psychologische thriller, dat is je verplaatsen in de leef- en gedachtewereld van je personages. Je moet als het ware met ze mee kunnen gaan als ze iets stoms doen of denken. Het gaat dus om empathie, en dat natuurlijk gekoppeld aan een rijke, en soms wat perfide fantasie.
Thrillers van René Appel zijn verkrijgbaar bij de betere boekhandels of bv: www.bol.com
WEBSITE RENE APPEL
Geplaatst door Erick Overveen op 4:05 PM 8 reacties
Labels: Interviews